Pilot: verslag van uitzicht op werk

Peter*, een alleenstaande man van 54 jaar. Met lang haar, en zwarte kleding stapt hij stil de training in. Vanachter zijn kleine brilletje bekijkt hij de groep wantrouwig.

Hij introduceert zichzelf stotterend (serieus stotterend, dat is zijn belemmering). Hij is (was) programmeur tot 3 jaar terug. Het bedrijf waarvoor hij werkte ging failliet. Sindsdien lukt het hem niet om aan het werk  te komen. Hij zou graag weer programmeur worden maar het maakt hem inmiddels ‘niet meer uit’.

Millie*:een alleenstaande moeder van een dochter (14 jaar), gevlucht uit Soedan. Na de inburgeringscursus en de Nederlandse taal (NT-1) is ze er niet in geslaagd om een baan te vinden. In donkere kleding en met een gesloten, sombere blik gaat ze op de stoel zitten zo ver mogelijk van de rest van de groep. Moeilijk verstaanbaar, doordat haar Nederlands zich vermengd met een zwaar Soedanees accent, stelt ze zichzelf bescheiden voor. ‘Ik wil gewoon aan het werk’.

Participatieplaatsen zijn voor mensen met een WWB-uitkering die zicht op werk hebben. De introductietraining PAP is bedoeld om de PAP plaatsing bij een werkgever te versnellen en terug te brengen tot gemiddeld 3 maanden. De plaatsing duurt in de praktijk vaak langer doordat in de aanloop naar de werkplek diverse belemmeringen bij de klant spelen.

De introductie Participatieplaats bereidt de klant zowel praktisch als mentaal voor op de toekomstige werkplek: de belemmeringen worden weggenomen, bijvoorbeeld door de inzet van een loket kinderopvang en schuldhulpverlening; vaardigheden worden ontwikkeld op het gebied van werknemerschap zoals omgaan met regels en samenwerken; de zelfredzaamheid wordt bevorderd door te trainen op sollicitatievaardigheden en kennis van de arbeidsmarkt bij te brengen. De werkplek zelf komt vrijwel direct in beeld door actieve bemiddeling door accountmanagers en consulenten tijdens de training.

De grote vraag die natuurlijk speelt is: werkt het? Wat voor effect heeft de training? Zijn klanten hierdoor sneller geplaatst? De eerste groep is nu afgesloten, maar het effect kan pas worden gemeten na de training van meerdere groepen. De eerste evaluatie is dan ook meer gebaseerd op de indruk van de klanten tijdens de training en de concrete vervolgacties na de training.

Peter verscheen op dag 4 (matchingsdag, waarbij gesprekken met de accountmanager plaatsvinden voor een PAP plaatsing) met kortgeknipt haar en een grote glimlach. Op de vragende blikken antwoordde hij: ‘We hebben toch gesprekken vandaag…? Nou, dan moet ik er toch netjes uit zien!’ Peter ontpopte zich tijdens de training als een van de meest sociale en actieve deelnemers. Hij blijkt een groot gevoel voor humor te hebben, en emotioneel inzicht en scherpte gezien zijn rake antwoorden en analyses van de rest van de deelnemers (‘Jij lijkt onzeker, maar je bent in feite bescheiden: als het moet laat jij je tanden zien’). Het stotteren verminderde aanzienlijk doordat hij zich op zijn gemak voelt.

Millie bleef een rustige vrouw, maar na diverse oefeningen nam haar zelfvertrouwen toe. Bijvoorbeeld na het vertellen van het persoonlijke succesverhaal: ‘Jouw kwaliteit is doortastendheid gezien jouw kordate optreden! (grote glimlach). In een persoonlijk gesprek toont ze oog voor detail en het vermogen tussen de regels door te lezen (Hij zegt dat wel, maar ik hoor een andere bedoeling terug). Door de moeite met de Nederlandse taal valt dit niet direct op: zij is dus iemand die je moet leren kennen. Al gaande de training verscheen zij in steeds kleurrijkere, mooiere jurken om op haar best bij de matchingsgesprekken te zijn.

Trede 3 klanten hebben een grotere afstand tot de arbeidsmarkt waarvan de oorzaken zeer divers zijn. Toch lijkt er bij een grote groep een gemeenschappelijke deler te zijn: achter die eerste vaak niet zo beste indruk, achter dat stille, onzekere of juist meer defensieve gedrag blijkt een grote motivatie te zitten om aan het werk te gaan. Belemmerd door taal, leeftijd, onvoldoende vermogen om zichzelf te presenteren, vooroordelen over de werkloosheid hebben zij extra ondersteuning nodig: in de vorm van training, maar ook een opstapje: een deur die wordt geopend zodat ze zich kunnen laten zien, zodat de (toekomstige) werkgever kan oordelen op hun echte waarde. En dat is precies wat deze extra ondersteuning moet bieden. De combinatie van het versterken van de eigen kracht (zelfredzaamheid) en een snelle, praktische opvolging in de vorm van bemiddeling is de sleutel tot succes.

Het resultaat? Een klein deel (uitgaande van de groepssamenstelling) laat zich niet (meer) motiveren. Oorzaken? Gefrustreerd door diverse trajecten, slechte ervaringen waarbij de ‘schuldvraag’ heel zwart/wit wordt bekeken maar altijd een ander is (de maatschappij, de instantie, de werkgever, de regering). Dat gedrag verandert niet in 3 weken training. Maar ook bijvoorbeeld cultuur: ondergeschikt gemaakt door de man, geen opleiding genoten, geen vermogen hebben om voor zichzelf op te komen. Te zware psychische problemen: angsten, depressies, verslaving.

Het merendeel heeft echter een vervolgafspraak en/of is voorgesteld op een PAP plaats. Peter heeft een gesprek voor ICT functie. Millie start over een week als ‘keetjuffrouw’ ter ondersteuning bij de koffie, thee en lunch. En dat is zeer bemoedigend.

*Fictieve namen, echte praktijkvoorbeelden uit de training

Getagged Pantar Amsterdam; training; solicitatie; werkloos; WWB uitkering; eigen kracht